dinsdag 7 maart 2017

Llevar - traer



Llevar gebruik je als je het hebt over iets van hier naar daar meenemen.

  • Ana llevará el libro a la escuela.(ik, als spreker, ben en blijf thuis en Ana, neemt het boek mee naar school).

Traer gebruik je als je het hebt over iets van daar naar hier meebrengen.

  • Ana traerá el libro a mi casa. (ik, als spreker, ben thuis en Ana, die ergens anders is, zal het boek van daar meenemen naar mijn huis).
Je kunt het vergelijken met het gebruik van 'ir' en 'venir'. Je gebruikt 'ir' als je van hier naar een andere plek gaat. En je gebruikt 'venir' als je het hebt over van een andere plek naar hier komen/gaan.

Le voy a llevar el libro. Ik ga het boek naar hem toe brengen.
Llevo a mi novio a la fiesta. Ik breng mijn vriend mee naar het feest.
Te van a llevar las cervezas. Ze brengen het bier naar jou.
Me va a traer el libro. Hij brengt mij het boek.
Mi novio trae unos amigos a la fiesta. Mijn vriend neem een aantal vrienden mee naar het feest.
(Mijn vriend neemt een aantal vrienden mee naar het feest, waar ik al ben).
Trajeron las cervezas. Ze namen het bier mee.
(Ze namen het bier mee naar waar ik was op dat moment).
De werkwoorden llevar en traer

Trabajan duramente para llevar/traer el producto del campo a la mesa.

Ze werken hard om het product van het veld naar de tafel te brengen.
Het verschil tussen beide opties is vanuit welk perspectief de persoon praat; het veld (llevar) of de tafel (traer).
Llevar en traer worden tevens gebruikt om uit te drukken wat iets of iemand heeft, bezit, of draagt (kleding).
Me gusta llevar faldas, normalmente, sobre todo en invierno.
Ik draag graag rokken, vooral in de winter.
Maar het is ook correct als je traer gebruikt: me gusta traer faldas (ik draag graag rokken).
Le pusimos una pancetita y lleva pollo. We stopten er wat spek in, en het bevat kip.
Le quitamos la posible arenita que pueda traer. We halen het beetje zand eruit wat het zou kunnen bevatten.

Cuando invitamos a los Martínez, siempre nos traen un buen vino Wanneer we de familie Martínez uitnodigen, brengen ze altijd een goede (fles) wijn mee
Cuando visitamos a nuestros amigos nos gusta llevar un buen vino Wanneer we onze vrienden bezoeken, brengen we graag een goede (fles) wijn mee

Ik breng de krant naar de buurman.
Le llevo el periódico al vecino.

Wil je me de krant brengen?
¿Puedes traerme el periódico?


eso me trae preocupado
dat maakt me ongerust
eso les trae locos
ze zijn er gek op
te trea en bocas
hij heeft het vaak over jou
me trae frito con sus necedades
ik vind zijn stommiteiten onuitstaanbaar
esto lleva mal camino
dat loopt verkeerd af
nos llevamos dos meses
wij schelen twee maanden
todo lo que llevo hecho
alles wat ik tot nu toe heb gedaan
me lleva al degollardero
hij brengt mij in groot gevaar

zinnen llevar

Geen opmerkingen:

Een reactie posten